Smithuyserbos

Gemeente Hilversum
Particulier eigendom
Ca 40 ha

Voornamelijk bos.

Ligging:
Ten zuidoosten van Hilversum, in het noordoosten begrensd door de Lage Vuurscheweg,
in het oosten door de Hollandsesloot (grens tussen Nootd-Holland en Utrecht), ten zuiden van het Hilversums Wasmeer en
tenoosten van De Zuid en het Erfgooiersbos.

Oorspronkelijk het Gooiersbos, een oerbos.
In de late middeleeuwen gekapt. De (arme) grond gebruikt door de Erfggooiers voor het weiden van schapen.
In 1836 (KB 12 juli) heeft de eerste heideverdeling plaatsgevonden tussen de Erfgooiers en de Staat (Domeinen).
Het deel van de Staat is verkaveld en verkocht door Domeinen op 10 november 1837 olv notaris Albertus Perk.
De kavels 14, 15 en 16 vormen nu het Smithuyserbos (de naam wordt voor het eerst gebruikt in 1911).
Kavel 14 werd gekocht door Pieter Franciscus de Seyff,
kavel 15 door Sigismundus Pieter ham Fredrikszn en
lavel 16 door Jan van den Andel.

Op 19 januari 19 januari 1838 verkochten deze drie hun kavels aan Pieter Johannes Smithuysen, makelaar in tabak in Amsterdam.
Totale oppervlak: bijna 40 ha
Smithuysen liet het terrein bebouwen met dennen, met aan de randen inlandse eiken.
Na zijn overlijden op 22 april 1877 kreeg zijn jongste zoon Petrus Henricus Franciscus het bos onder zijn beheer.
Petrus stierf op 19 maart 1890.
Zijn erfgenamen kapten vrijwel het gehele bos en verkochten het terrein op 28 september 1893 aan Hugo Laurens Adriaan van den Wall Bake (geb. 7-12-1856 in Utrecht) en Willem Karel Lodewijk van Walree.
In 1897 verkocht van Walree zijn deel aan van den Wall Bake.
Van den Wall Bake, zoon van Herman Adriaan , eigenaar van Heidepark en Monnikenberg) herplantte het bos met dennen, vooral grove den, en loofbomen.
Hij woonde vanaf 1895 in de villa Heideveld op Heidepark (Soestdijkerstraatweg)
Hij liet op Monnikenberg in 1900 een villa bouwen door architect J.F. Klinkhamer en verhuisde naar deze villa.
Evenals zijn vader was hij muntmeester, en wel waarnemend van 1887-1888 en daarna tot 1909 effectief.

Hugo van den Wall Bake overleed op 28 maart 1909.
Het bos kwam in handen van Herman Willem Alexander van den Wall Bake en Clara Peggy van Kretschmar van Veen-van de Poll.
In 1918 kreeg Clara het hele bos in handen.
Zij woonde van 1922 tot 1933 op Heidepark.
Op 10 februari 1920 verkocht zij het bos aan de bussummers P. van Exter, J.A. Fernhout en J.H.W. Kever.
In 1922 kocht T. van Houwelingen van de laatstgenoemden hun deel en in 1924 het deel van van Exter.
Nog dezelfde dag verkocht hij het bos aan K. Groesbeek en A.C. van Ommen van Guylik beiden uit Laren. De heer D.P.R.A. Bouvy (1915-1993) werd op 29 september 1937 eigenaar van het bos.
Bouvy herstelde en verjongde het bos.
Hij liet door Jan Rebel een toren bouwen, Wolsfdreuvik genaamd, die behalve als opslagplaats en dagverblijf aanvankelijk ook dienst deed als uitkijktoren, totdat het omringende bos hoger was geworden.
Vanaf 1970 wordt het beheer uitgevoerd door de Nederlandse Heidemaatschappij.